Een onmogelijke tweestrijd

Alle werkende moeders zullen deze onmogelijke positie herkennen. Het is het ultieme dilemma van iedere werkende ouder. Een drukke werkdag voor de boeg. Een agenda vol met afspraken, de iPad die signalen blijft geven dat er veel ongelezen e-mails zijn. En dan gebeurt het. Je kind wordt ziek.

Altijd fijn midden in de nacht; helemaal als het een ellendige situatie wordt met emmers naar de wc brengen en bedden verschonen. Als ik mijn kleine ventje zo ziek zie (en dan hebben we het over “maar” een buikgriepje), voel ik me spontaan ook een beetje ziek. Ziek zonder verschijnselen. Zijn maagje draait zich voor de zoveelste keer om en hij krimpt ineen. Vervolgens een gehuil met tussendoor een noodkreet: “ik heb zó’n erge buikpijn mamma”. Arme schat. Weer gehannes met een emmer leggen, handen wassen, mond spoelen en weer proberen te slapen. Als ik dit typ, springen de tranen weer in mijn ogen. Zijn het de zwangerschapshormonen of zijn dit moedergevoelens?

De paniek van een werkende mama

Ik luister naar zijn ademhaling die rustiger wordt en kijk nogmaals op de klok. En dan slaat de paniek toe. Het besef dat ik morgen een volle agenda heb. De paniek van een werkende ouder. Want… wat ga ik doen? Hoe ga ik dit fixen?
Ik wil er zijn voor mijn kleine zieke guppie maar ik wil ook de professionele werknemer zijn. Daarnaast voel ik de afspraken in mijn agenda druk uitoefenen en zit ik – voor mijn gevoel – in een onmogelijke tweestrijd.

De tijd dat ik Levi met een paracetamol en wat verhoging bij de gastouder bracht, op hoop van zegen dat het goed gaat, voelt als gisteren. Of over gisteren gesproken: hij moest het van mij proberen. Met een half ontbijt achter z’n kiezen en klagend over buikpijn heb ik hem tóch naar school laten gaan. Thanks to zijn lieve juf die had beloofd te bellen als het niet zou gaan. Iets met werkdruk en geen oppas achter de hand enzo. Please, zeg mij dat alle werkende ouders dit wel eens doen?

Mijn onmogelijke tweestrijd

Ik luister naar mijn onderbuikgevoel. Diep van binnen weet ik wat ik het beste kan doen. Ik overleg met mijn directrice. Ik overleg met Stan, die op zijn beurt weer met zijn werkgever overlegt. Ondertussen zet ik wat lijntjes uit om te kijken of ik wat kan regelen. Maar mijn onmogelijke tweestrijd lijkt niet iedereen te begrijpen.

“Oh, maar als intern begeleider heb je toch geen klas en kan je toch wel een dag thuis blijven?”

“Dat heeft hij goed getimed op een stakingsdag. Je bent immers sowieso al vrij toch?”

“Kan je hem niet meenemen naar je werk en in een kleuterlokaal laten spelen?”

Eh.. nee, nee, nee. Een ziek kind meenemen naar werk is in mijn ogen geen optie. In dat geval had hij ook gewoon naar de BSO gekund. Want ondanks dat de school waar ik werk vandaag deelneemt aan de staking, heb ik gewoon mijn afspraken en verplichtingen en zou Levi een dagje naar de BSO gaan. Alle goedbedoelde opmerkingen zijn dus niet haalbaar of simpelweg niet waar.

En dan komt het antwoord van het laatste lijntje wat ik had uitstaan. Ik heb definitief geen alternatief kunnen regelen. En dus zit ik noodgedwongen onder een traktor-deken naast mijn slapende ventje thuis te werken. En vanmiddag zal Stan plaatsnemen op het geïmproviseerde bed op de bank voor onze spugende kleine draak.

Het is zoals het is

Ik zou niet zonder mijn werk willen. Maar op dit soort dagen voelt dat anders. Gelukkig heb ik begripvolle collega’s die meedenken en de situatie accepteren. Gelukkig heeft Stan een werkgever die flexibel is. Het is zoals het is. En dit is de eerste keer in bijna zes jaar tijd dat ik de opvang voor Levi niet rond krijg. So be it! En mijn – sinds kort – nieuwe gewoonte om bij een negatieve gebeurtenis of tegenslag vijf voordelen op te noemen, helpt me om mijn schuldgevoel in te ruilen voor acceptatie. Omdenken. Dat ik een uitgebreid ontbijtje kan maken (açaibowl met boekweitcrunch en frambozen it is!) en zonder haast kan opeten, en daarna zelfs nog een (warm) kopje thee, is toch wel heel fijn. Daarbij kan ik nu al het beddengoed alvast wassen en zorgen voor weer frisse bedden zonder ziektekiemen. Scheelt vanavond weer. Maar met stip op nummer 1 staat dat (te) warme lichaampje wat zich tegen mij aan heeft geklampt. Met zijn ene hand op mijn been en in zijn andere hand stevig zijn lievelingsknuffel vast. Mijn hart smelt. Dit soort situaties zijn zeldzaam. Zowel de onmogelijke tweestrijd als dat warme lichaampje tegen mij aangeklampt. En ach, zó erg is die onmogelijke tweestrijd toch ook weer niet.

Liefs, Marjolijn

One Comment

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.