momspiration mamablog samenwerking

Wanneer doe je het goed?

Groen? Wat is dat? Ik vraag me soms af – misschien niet vaak, of niet hardop genoeg – hoe ‘het’ allemaal moet. Dat weet ik namelijk écht niet. Ik heb niet altijd zin om me in te lezen, krijg flarden mee uit nieuws, media, wetenschap en onze sociale omgeving. Ik kies wat goed voelt voor mij, of voor ons gezin. Binnen onze (financiële) mogelijkheden – en eerlijk is eerlijk – ook binnen onze gewoontes en patronen. En: wanneer is het groen genoeg? Nooit toch?

Ik zou een maand lang een foto kunnen maken, waarop ik iets groens draag. Elke dag een andere outfit, elke dag iets groens. En nee, het is niet dat ik zó’n volle kast heb; ik heb gewoon heel veel basics in het groen. Al was het alleen maar omdat ik een enorme koukleum ben en in deze tijden in mijn groene, wollen sjaal woon. Ongeveer. Maar een jaar geen kleding kopen en de grote ketens mijden? Mooie voornemens, maar de praktijk blijkt wat ingewikkelder. Die nieuwe (wél groene!) jurk hangt al gewassen in de kast als ik me besef: die had je niet écht nodig toch? Mooie, milieuvriendelijke merken zijn óók gewoon een aanslag op mijn portemonnee. En dan heb ik het nog niet over de gaten die onze dochter wekelijks in haar maillots en leggings valt. Broeken draagt ze niet (graag), en dus zijn H&M en HEMA hofleveranciers.

groen gedrag

Groen leven? Ik zou het willen. De uitvoer blijkt wat weerbarstig. We scheiden afval braaf, eten voor een deel biologisch en toch echt maximaal drie keer per week vlees. Ik denk na over welke schoonmaakmiddelen ik door het riool stuur en heb écht groene stroom. Maar kort douchen? Mij lukt het niet. De thermostaat omlaag en een trui extra? De koukleum in mij heeft de knop al omhoog gedraaid, nog voor ik een weloverwogen keuze heb kunnen maken om het níet te doen. En ik gooide jarenlang – zonder na te denken – de plastic omhulsels van een tampon door de WC. Guilty as charged.

verandering kost tijd

Toch is er iets gaan schuiven. Ik zou nooit willen beweren dat wij de hele klimaatcrisis kunnen terugdringen of de-escaleren. We hadden het vast kunnen voorkomen, als de consumptiemaatschappij niet zo’n maffe vorm had aangenomen als de tijd waarin we nu leven. Wisten wij veel. Tot niet zo heel lang geleden aten wij ook dagelijks vlees. Als kind dronk ik melk bij elke maaltijd en over groeihormonen in dier (en dus eten) dachten onze ouders vast niet na. Ik weet niet beter dan dat wij jaarlijks duizenden kilometers met de auto op vakantie gingen, en ook met mijn lieve gezinnetje trekken wij er jaarlijks vrolijk op uit om – net als vele Nederlanders – onze tent op te slaan in Frankrijk.

Ik vind het een fijne ontwikkeling dat de schappen met biologische producten ruimer zijn tegenwoordig, en eko-winkels van het stoffige imago van de ‘reformwinkel’ af zijn. Ik weet nog steeds niet wat wijsheid is in deze en er zijn (ook in mijn directe omgeving) mensen die het al veel beter doen dan wij. Die uit principe niet meer in het vliegtuig stappen, een moestuin hebben waaruit gegeten wordt of moeiteloos zonnepanelen hebben laten installeren. Die geen auto hebben en er alleen één lenen als het echt niet anders kan. Die écht een jaar geen kleding meer kopen, of enkel duurzaam en fairtrade. Ik doe dat allemaal niet. Helaas.

dierenredders

Het verschil dat ik wél merk is de bewustwording bij onze kinderen. Die willen dierenredders worden en vragen zich af of iets goed is voor het milieu, of slecht. Misschien dat het ook scheelt in welke omgeving ze opgroeien: Nijmegen is heel linksgeoriënteerd en ze gaan naar een Vrije School, waar (en dat is meer gokwerk dan statistisch bewezen hoor) het percentage vegetariërs en veganisten sowieso al hoger ligt. Er wordt met natuurlijk materiaal gewerkt en fruit en thee is altijd van biologische oorsprong. ‘Heemkunde’ is een terugkerend vak vanaf de eerste klas – groep drie dus, en in elke klas wordt er stilgestaan bij de seizoenen én deze worden gevierd.

Misschien zijn wij, als kuddedieren die wij Nederlanders zijn, langzaam te bewegen. Who knows? Zijn onze acties maar druppels op een gloeiende plaat. Helpt het 100 km mogen rijden op de snelweg amper met het terugdringen van het stikstofprobleem, als de industrie niet hoeft in te dammen. En ik stap eerlijk gezegd ook echt nog veel te makkelijk in de auto, omdat we zo graag onze kinderen 6 km verderop naar die fijne school brengen. Als opvoeden is dat je het goede voorbeeld geeft, zouden we écht vaker moeten gaan fietsen.

als alle beetjes helpen

Ik wil niet beweren dat ik het weet, maar ook niet het tegenovergestelde, dat we onze mini-acties – onze spreekwoordelijke druppels op een gloeiende plaat – dan maar moeten laten. Ik zal niemand vertellen wat hij of zij moet of zal, want ik weet het evenmin. Wie weet hoe achterhaald onze ideeën van nu over 30 jaar alweer zijn. Het enige wat we allemaal proberen, in een flauw soort groen, is om onze kinderen op te voeden, naar ons beste weten en kunnen. Voor alle generaties die nog volgen.

Liefs, Femke

Lees ook: Ik ben geïnspireerd door deze power-mama

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.