Beter een goede buur(t)

‘Beter een goede buur, dan een verre vriend’ klinkt het gezegde. Het is waar, fijne buren zijn enorm van invloed op je woongeluk. Ik ben mij er extra van bewust omdat ik ook de andere kant ken. Als klein meisje had ik fantastische buren om mij heen, maar dit veranderde toen ik als pubermeisje een hitsige buurman kreeg. Die buurman hing met zijn scharrels in actie uit het raam in een wijk vol opgroeiende kinderen. Dat was in één woord verschrikkelijk. Na zijn komst wisten mijn ouders niet hoe snel zij moesten verhuizen. ‘Het hijgende hert’ werd onze buurman ook wel genoemd. Die naam zegt genoeg, toch?

Toen ik nog studeerde woonden Zef en ik samen in een portiekwoning in Leidschendam. Samen vergaten we de wereld om ons heen, maar de buren werden met hun toenemende geschreeuw, nachtelijke bezigheden en illegale wietplantages op den duur toch een bron van ergernis.

Inmiddels wonen we nu bijna zes jaar in Hoek van Holland. Daar waar de zee altijd dichtbij is, mijn fiets maandenlang zonder slot voor de deur kan staan zonder gestolen te worden, tomaten en bloemen nog in goed vertrouwen aan de weg verkocht worden, met een geldkistje ernaast waar je kan betalen. In een straat waar het er allemaal behoorlijk gemoedelijk aan toe gaat. In de zomer is er een straatbarbecue en in de winter wordt er door de gemeente een grote kerstboom geplaatst. Die wordt door de buurtkinderen versierd, waarna de volwassenen er een glas heffen op het nieuwe jaar.

Wij zijn er voor elkaar

In onze straat neemt men pakketjes voor elkaar aan. Letten we op elkaars kinderen en als er iets geleend moet worden, is dat vaak geen probleem. Toen Zef met zijn been in het gips zat vanwege een gescheurde achillespees, kon Samuël met verschillende buren mee naar school rijden.

Nadat mijn naaste buurvrouw vertelde dat zij in verwachting was, bracht ik mijn zwangerschapskleding naar haar. Ze beviel eerder dan ze had gedacht van een prachtige zoon. Ik droomde die nacht al dat zij aan het bevallen was (alsof je toch een lijntje hebt) en stuurde haar een berichtje. De volgende morgen stond de buurman voor de deur, zielsgelukkig en totaal overdonderd. Of ik wat babykleertjes kon wassen. Ik bracht de kleding naar het ziekenhuis en wilde ze in de hal afgeven, ¨kom maar even kijken hoor¨, zei de buurman. Dat liet ik mij geen twee keer zeggen natuurlijk. Die periode daarna kookte ik geregeld wat extra´s voor deze kersverse ouders. Zo steunen we elkaar.

Op zulke momenten, momenten waarop we klaar staan voor onze buurtgenoot, ons bekommeren om het welbevinden van de ander en dat van onze kinderen, voel ik mij zo rijk. Het gevoel ‘It takes a village to raise a child’ leeft echt in mij.

Mijn buren zijn onmisbaar

Er zijn meerdere dingen waar ik blij van word als het op ons buurtje aankomt. Twee huizen verder wonen een buurman en buurvrouw met twee dochters precies in de leeftijd van onze kinderen. Die meiden en onze jongens lopen af en aan. Er zijn perioden dat ze hele weekenden samen spelen. Ze brengen elkaar tekeningen en liefdesbrieven. Ik ben echt serieus gek op die twee; ze zijn kind aan huis. Er zijn ook dagen dat ze met zijn vieren maar heen en weer blijven lopen en om de haverklap klepperen met de brievenbus, maar dat kan de pret niet drukken. Het is mij daar een stelletje; een mooi stel bij elkaar. We eten wel eens samen, gaan af en toe met elkaar naar het strand (dit gebeurt vaak allemaal spontaan, wat het nou juist net zo leuk maakt) en geven elkaars planten water tijdens vakanties.

We kunnen ons zelf zijn, bemoeien ons niet veel met elkaar maar als er echt iets aan de hand is, weet ik dat ik bij hen terecht kan. Juist door alle toestanden rondom dat ene langdurig aanhoudende virus, waarvan ik de naam in deze blog nou eens een keer lekker niet wil noemen, ben ik nog dichter naar mijn buren gegroeid en meer gaan delen.

In de tijd vóór al de aangescherpte maatregelen, hielden we geregeld een spelletjesavond met die buren. Hun babyfoon haalt ons huis nét. Dan horen zij hun dochters nog. Drinken we wat lekkers, hapjes er bij, één of ander spel: écht gezellig. Aan het eind van de avond kunnen ze op hun sloffen weer naar huis. Zef en de buurman liepen samen hard. De buurvrouw en ik hebben een poging tot boksen in de tuin gedaan, maar de buurvrouw is een prof en ik ben dat (nog) niet. Misschien pakken we het ooit weer op, maar misschien ook niet.

Onze buurt is feest

Hoe zit dat bij jou? Team ik-erger-mij-kapot of team goede-buren? Wat als het niet klikt of er sprake is van overlast? Hoe ga jij daar mee om? Ga je het gesprek aan of overweeg je te gaan verhuizen? Ik ben benieuwd naar jullie buren. Onze buurt is in ieder geval een feestje.

Liefs, Debbie