Geen perfecte 20 weken echo

De twintig weken echo: een cruciaal moment voor de meeste zwangeren. Waar de een heel nuchter en nonchalant de echokamer binnenstapt, is de ander al wéken bezig met wat er allemaal wel niet gevonden zou kunnen worden bij dit echo onderzoek. Maar… weten we soms niet teveel door al deze high tech onderzoeken? En wat als de uitslag anders is dan je had verwacht? Wat als er wél iets met je ongeboren kindje aan de hand (b)lijkt te zijn?

Eind november gingen Stan en ik met gezonde spanning op weg naar het echocentrum hier in de regio. Het blijft toch een dingetje: is alles goed met onze tweede spruit? De eerste 19 weken zwangerschap waren door wat omstandigheden niet heel soepeltjes verlopen (o.a. door de hormonale migraine, zie daarover deze blog) en waren we toe aan een nieuwe, positievere periode. En hoe leuk is het dan om je kleintje in de buik te bewonderen door middel van een echo?! Een retorische vraag: tijdens een zwangerschap is dat het allerleukste wat er is.

Babybroertje was er goed voor gaan liggen en de echoscopiste kon haar werk goed doen. Ze ging als een trein. Check-check-check. Ondertussen zwijmelden Stan en ik heerlijk weg bij de prachtige beelden die op het tvscherm zichtbaar waren. Aan het einde van de echo wilde de echoscopiste nog even wat met ons bespreken. Ik stond al met m’n jas aan en tas om, klaar om weer weg te gaan, in de volle overtuiging dat er geen bijzonderheden te zien waren. Maar ik mocht nog even plaatsnemen. Hartslag sky high. Kom-maar-door-met-het-slechte-nieuws. 

Samenvatting: het slechte nieuws was niet zo slecht als de slechtste hersenspinsel die op dat moment door m’n hoofd heen ging. De omtrek van het hoofdje en het buikje waren te groot. Behoorlijk groot. De percentielscores werden ons uitgelegd en er bleek maar 2 % een groter hoofdje en maar 3 % een groter buikje te hebben. Sowieso vallen deze percentielscores buiten de gemiddelde waarden, maar deels ook buiten de curve.

Een baby met een afwijking?

Ondanks dat er geen aanwijzingen waren gevonden voor afwijkingen en enkel de grootte van ons kindje buiten de curve viel, werden we met de conclusie “verdenking afwijking, verwijzing GUO” doorgestuurd naar het Leids Universitair Medisch Centrum. Oeps. Dat komt even binnen. Enerzijds word je verteld dat er geen reden is om je zorgen te maken, anderzijds worden de beperkingen van een echoscopisch onderzoek met je besproken. In het LUMC zou er een gespecialiseerde echoscopiste met een gedetailleerder echoapparaat ons babybroertje opnieuw screenen.

En toen sloegen de zwangerschapshormonen toe. De enorme onzekerheid ging gepaard met tranen. En chocola. En een eigen onderzoek via mister Google – wat ik je overigens niet kan aanbevelen. Ons babybroertje en ik hebben toen samen een afspraak gemaakt: eigenwijs en bijzonder zijn mag, maar geen uitzonderlijke extreme fratsen alstublieft. Maar schijnbaar heb ik nog geen ouderlijk gezag over mijn ongeboren mini-me, want ook bij de medische echo had hij een te grote omtrek van zowel hoofdje als buikje. Alleen dan weer met andere percentielscores dan de reguliere 20 weken echo – om het even makkelijk te maken.

Reden onbekend

Maar de uitkomst die een glas champagne waard is en die elke ouder graag wilt horen: geen structurele of functionele afwijkingen gevonden. Dé bevestiging die telt.

De reden waarom ons babybroertje een groot hoofdje én een groot buikje heeft (al praten we hier over enkele millimeters die het verschil maken tussen gemiddeld en te groot) is onbekend. Het kan zijn dat de baby gewoon groot is. Het kan zijn dat ik langer zwanger ben dan ze eerder hebben gemeten (al weet ik bijna zeker dat dat niet het geval is, maar goed). Het kan zijn dat de baby net een groeispurt heeft gehad. Het kan zijn dat….. 10000 redenen te verzinnen volgens de verloskundige.

Mijn verloskundige heeft me op het hart gedrukt dat dit iets is wat regelmatig voorkomt en ik mij hierover geen zorgen hoef te maken. Ik ben pas op de helft en er kan nog van alles veranderen. Echter verbaast het mij, dat ik er zo weinig over lees of hoor. Opeens lijkt iedereen standaard een goede echo te hebben (al weet ik natuurlijk dondersgoed dat dit niet zo is en er vele ouders zijn die écht slecht nieuws te horen krijgen tijdens een echo).

Men vindt er wat van

Ook uit de reacties uit onze omgeving wanneer we over de reden van ons echo-abonnement vertellen, lijkt het toch echt best wel een beetje bijzonder te zijn.
En tja, als iets anders gaat dan anders, dan kan je natuurlijk wat (eigenaardige) reacties verwachten, zoals:

“Goh, vandaar dat je zo’n dikke buik hebt.”

De genetische aanleg om heel slank te zijn (en te blijven) zit helaas niet in mijn familie, dus dat ik tijdens een tweede (eigenlijk derde) zwangerschap wat kilootjes aankom, had ik je vooraf kunnen beloven. En los van de zwangerschap, is chocola ook gewoon te lekker natuurlijk. En die paar millimeters dat het hoofdje en het buikje te groot zijn, lijken mij niet zichtbaar aan de buitenkant. Al denken heel veel mensen van wel.

Of wat dacht je van deze:

“Ach meid, vergeet de echo’s. Half april zie je het vanzelf.”

Klopt, daar zit een kern van waarheid in. Onze moeders hadden in hun zwangere tijd helemaal geen (of hooguit één) echo en ook zij hebben het overleefd. Maar zo zwart/wit is het niet. Iedere ouder wilt dat het goed gaat met zijn of haar kind en wilt deze bevestiging. En onduidelijkheid, onzekerheid en twijfels schuif je niet zomaar van tafel. Niet als het over je ongeboren – zo gewenste – kindje gaat. Ik kan dat niet tenminste. Relativeren is gezond, maar deze opmerking was voor mij too much gerelativeerd.

Ok, laatste dan:

“Ik heb nu al medelijden met je man.”

Hier moest ik even 3 seconden over nadenken. Echo’s. Baby. Mijn man. Of eigenlijk vriend. Bevallen van een groot kind. Bevalling. Alles opgerekt downunder. Ok. I’ve got it. Schijnbaar haalde ik mijn wenkbrauwen zo hoog op en gaf mijn blik voldoende informatie wat ervoor zorgde dat deze meneer zijn mond eventjes dicht hield. Heel verstandig. Dank u vriendelijk en tot ziens.

Vertrouwen is the key

Hoe nu verder? Vooropgesteld: ik geniet van het schattige getrappel in mijn buik. Ik geniet van de knuffels die Levi komt geven aan zijn babybroertje en daarbij over mijn buik (en borsten… whahaha – het is een echte vent) wrijft. Ik voel me goed en daar vertrouw ik op.

Daarnaast vertrouw ik mijn verloskundige voor de volle 100 %.  Zij heeft een plan van aanpak voor mij, gebaseerd op haar kennis en kunde. Zij weet wat ze doet en mijn gedachten kunnen enkel maar gissen. Ik kan me van alles in mijn hoofd halen maar veranderen doe ik het niet, net zo min als dat ik er duidelijkheid van krijg. Een wijze opmerking die mijn lieve tante altijd zegt en momenteel mijn houvast is:

“Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.”

Ik doe wat ik kan en wat binnen mijn bereik ligt. As we speak zit ik in de wachtkamer en onderga ik de de glucose tolerantie test (hoeraaaaaa!) om te checken of ik zwangerschapsdiabetes heb. Volgende week volgt er een nieuwe groeiecho en mogen we kijken of onze kleine reus wederom een groeispurt heeft gehad en nog steeds zo lekker aan het groeien is. Als hij op zijn moeder lijkt, dan weet ik het antwoord al 😉

Wordt vervolgd!

Liefs, Marjolijn

Was jouw ongeboren kindje ook te groot? Of misschien wel te klein? Ik hoor graag jouw verhaal.

One Comment

  1. Sanne

    Bij ons dus ook deze uitslag, het hoofdje was groter dan gemiddeld. Willen ze je eerst toch voor een uitgebreide echo sturen. Daarna toch weer niet, maakte me geen zorgen hierover maar nu toch langzaam wel. Stelt me gerust om je blog te lezen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.