zussen mamabloggers momspiration

Een brief aan mijn zusje

Lief zusje, lieve Yasmin,

Mama vroeg mij, en waarschijnlijk ook een heleboel andere mensen (het was namelijk een berichtje), om jou een kaartje te sturen. Maar de keuzestress sloeg direct toe. Wat voor kaartje kies ik dan? Met een tekst, bemoedigende woorden of een plaatje van een kip? En als ik een kaartje schrijf is de tekst dan niet te kort of wil ik zoveel schrijven dat het juist te veel is voor de kaart? Zucht. En dan inhoudelijk: wat moet ik nou toch schrijven aan mijn zusje? Mijn zusje, die zoals mama het verwoordde: “na 6 lange en zware maanden..” Wacht, wat schreef ze ook al weer? Ik zoek het even op.

Na 6 lange en zware maanden kijkt ze daar uiteraard enorm naar uit (…) Deze kanjer die onder moeilijke omstandigheden kanker te lijf moest gaan.

Goed, dat dus. En de vraag om je een kaartje sturen. Maar is dat dan alles? Wat schrijf ik aan mijn zusje? Aan mijn zusje over zussenliefde, over zusjes die kanker hebben, zussen die kanker hadden, zelf mama zijn, die niet om de hoek wonen? Eigenlijk wil ik niks schrijven. Eigenlijk wil ik je alleen maar een knuffel geven. En dan heel even samen niet stoer zijn. Heel even huilen. Omdat alles gewoon helemaal hoofdletter K is. Om daarna gewoon weer verder te gaan. Met lachen om de grapjes van onze kindjes. Verliefd kijken naar kindjes die elkaar boterhammen voeren. Omdat de ene al zo groot is en tegelijkertijd zo klein. En de ander zo groot wordt maar nog steeds de kleinste is.

Ik weet als geen ander wat het is. En dat is nou juist het verrotte er aan. Ik weet precies hoe het voelt: de naalden, de vloeistof, de ziekenhuisdingen. Tegelijkertijd is dat nou juist het moeilijke er aan. Want ik weet zelf nog niet eens half hoe ik er goed mee om moet gaan. Met dat gevoel. Het gevoel dat niemand begrijpt hoe het is, behalve de mensen die het meemaken. Dat een ander niet weet hoe het voelt om ziek te zijn en zo moe zijn dat niets meer kan. Dat je het liefste wilt dat mensen het zien om je zo een stukje beter te begrijpen. Maar dat haar dat blijft gewoon op je hoofd zitten. Zei ik toch. Niks #hairgoals met je lange lokken pruik. Je moet het gewoon nog even doen met die dooie cavia. Heb je in ieder geval niet voor niets een godsvermogen aan de kapper uitgegeven. Maar dan nog, zien anderen het dus niet.

Aan de buitenkant lijkt het allemaal prima in orde. Ik weet hoe het is als iedereen je in het allereerste begin weet te vinden, overspoelt met liefs en ik-ken-iemand-die-verhalen. Dat er bijna geen ruimte is voor je eigen emoties en je eigen verdriet. Want dat is wat ik je zei. Terwijl ik mama nog zie huilen. En we ineens allebei een beetje konden begrijpen hoe het voelt als je kind ziek is. Als allebei je kinderen dezelfde ziekte krijgen. “Neem de ruimte” zei ik. De ruimte om dit nieuws te verwerken. En zeg gewoon hardop: “Het is niet zoals toen.” Want ik ben ik. Jij bent jij. En wij zijn zo verschillend, al is het maar omdat we 10 jaar verder zijn in de tijd. Maar meer dan ooit realiseerde ik mij: ik heb maar één zusje. En mijn ene zusje is ziek. Een ziekte grotendeels gebaseerd op domme pech en goed geluk. Want dat je het krijgt is domme pech. Hoe groot is de kans dan dat zusjes het allebei krijgen? En de behandeling werkt wel óf niet. Dus succes en op goed geluk. Natuurlijk werkt het wel. Ik heb maar één zus en dat houden we zo. En gelukkig komt er aan de behandelingen nu een einde. Laten we het ook maar zo definitief formuleren. Want recidief doen we niet aan. Oké. Afgesproken.

Ondertussen denk ik: zie je dit had dus nooit op een kaart gepast. Behalve zo’n hele grote met van die lelijke muziek. Zo een die je dus niet op de kast wil zetten maar die net te groot is om ergens te verstoppen. En waar de zender zeker vragen over stelt als hij niet zichtbaar in je huis staat. Heb jij even mazzel dat er nu niemand over de vloer komt. Als ik daar aan denk moet ik even huilen. Soms overvalt het mij ineens. Dan wil ik zo graag mijn ene zusje even een dikke knuffel geven. Even zeggen, dat ik het ook niet altijd weet. Dat ik het ook niet altijd goed doe. Dat we elkaar niet altijd begrijpen, maar dat is niet erg. Want alles komt altijd goed. Maar het kan nu niet, die knuffel. Behalve van 1,5 meter afstand. Maar ja, dat is ook net niks. Gelukkig is alles eindig. Maatregelen, afstand houden en zo ook chemo-behandelingen. En wordt “Ik heb Hodgkin” iets wat je had. Alles heeft een begin en een eind, net zoals mama de & altijd schreef. Net zoals wij altijd verbonden zijn. Met een begin en een eind, wat nog oneindig ver voor ons uit ligt.

Ik van jou.

Liefs, je grote zus. X Anouk

2 Comments

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.