Wat het ook is, ik kan het aan

Yasmin is moeder van twee jonge kinderen. Twee zwangerschappen snel achter elkaar maakten dat zij zich na de geboorte van haar tweede kindje langere tijd niet fit voelde. Maar ach, je bent immers van moeder van twee kleintjes, zit midden in de verhuizingen, verbouwing van een nieuwe huis. Je hebt genoeg aan je hoofd, genoeg om handen. Dus het zal er wel bij horen. Maar naarmate de tijd vorderde bleven er vage klachten bestaan. Alleen er was niets te vinden. Verklaringen als stress, teveel spanning, te weinig rust, daar moest zij het mee doen. Yasmin vertelt haar verhaal.

Luistert er wel iemand naar mij?

Na maanden van onzekerheid, jeuk en halve diagnoses was hij daar dan, de verlosser, de klier. Er was eindelijk iets tastbaars. Iets wat je kon voelen. Dat er iets van binnen niet goed was, voelde ik zelf al veel eerder. Maar het leek wel alsof er geen arts luisterde naar de klachten die ik beschreef. Dat een arts in Spanje bedacht om een combinatie van medicijnen voor te schrijven waar mijn lever door vergiftigd raakte, voelt voor mij achteraf gezien eerder een zegen dan een medische misser. Nu werd ik tenminste serieus genomen.

Terug naar de klier. Zowel de huisarts als de arts zei dat ik mij er geen zorgen om hoefde te maken. Ik had immers een oorontsteking aan dezelfde kant gehad tijdens mijn vakantie in Spanje, dus het is een reactie daarop. Na 8 weken zat dezelfde klier er nog steeds. Ik wist het al, zij nog niet. Het is Hodgkin, net als mijn zus en tante. Ik wist het zeker. Na aandringen op verder onderzoek kwam daar de biopt. Pijnlijk, maar oh wat fijn dat er eindelijk iemand naar mij wilde luisteren. Al die tijd heb ik mijzelf één en hetzelfde zinnetje ingefluisterd: ‘Wat het ook is, ik kan het aan.’

Dit zou een gezellig dagje uit worden

Ik neem je mee naar de dag van de uitslag. Op een fijne donderdag samen met manlief en kindjes naar de dierentuin. Een goeie dag. Ik was niet al te vermoeid en het was stralend weer. De uitslag van de biopt zou de week daarop pas volgen, dus ik maakte me even geen zorgen. Gewoon samen genieten van een gezellige middag. Dat was het. Tot mijn telefoon ging. Ondanks dat ik gebeld werd door een onbekend nummer, wist ik het gelijk, dit moet het ziekenhuis zijn. De uitslag van de biopt was binnen en de arts wilde mij toch graag dezelfde dag nog zien. BAM.

Te midden van mijn gezin en de gehele apenfamilie van Blijdorp barstte ik in huilen uit. “Ro, het is niet goed, ik weet het zeker.”

Twee beteuterde gezichtjes: ‘Is het dagje dierentuin nu voorbij, mama?’ Gelukkig maken zij zich enkel daar druk om en hadden ze nog geen idee wat ons als gezin verderop die dag te wachten staat. We belde de oppas die voor de oorspronkelijke afspraak van de week daarop was geregeld. Helaas, vandaag was er geen optie om de kindjes onder te brengen. Dus daar gingen we, naar het ziekenhuis, met zijn vieren.

De verlossende diagnose: ik heb kanker

De diagnose. Kanker. Hodgkin om precies te zijn. Het kwam als een klap in mijn gezicht. De artsen zeiden immers steeds, wat je zus heeft gehad is niet erfelijk, dus dat je deze zeldzame vorm van kanker ook zou hebben, dat kun je uit je hoofd zetten. Ronald zei even helemaal niks en staarde voor zich uit. De kindjes snapte er al helemaal niks van.

“Waarom huil je, mama?” Gelijk kwam daar die kracht. Droog je tranen, het is vervelend maar je moet door. Vechten voor je gezin, voor jezelf. En precies in die volgorde. Ondanks dat je net te horen hebt gekregen dat je kanker hebt, moet je door. Sterk zijn voor je kinderen, je man troosten en de rest komt later wel.

Hoe nu verder? Ik heb kanker en wat nu?

We hebben gehuild, en veel. Eenmaal thuis breken we allebei. Hoe gaat dit nu verder? Wat gaat dit betekenen voor ons als gezin? Hoe betrekken we de kindjes hierbij? Ga ik dood? Hoe vertellen we dit aan onze ouders en zussen? Kan ik mijn kinderen zien opgroeien?  Van alles schiet er door mijn hoofd. Antwoorden heb ik niet. Ik denk alleen maar: Oké, tijd voor actie, we komen er samen wel uit.

Hoe het traject er verder uit gaat zien is op dat moment nog niet bekend. Maar dat ik kanker heb, is nu in ieder geval zeker. Er volgt een week van onderzoeken, operaties en scans. Binnen een week is bekend dat het al in een verder gevorderd stadium is dan je zou willen en dat er de maandag daarop gelijk gestart gaat worden met de eerste kuur. Veel tijd om aan ons ‘nieuwe leven’ te wennen is er niet. Tegelijkertijd komt er een soort rust. Er is duidelijkheid. Dit is wat het is, ons nieuwe leven, mijn leven en ik ga vechten tot het bittere eind om te overleven. En ik zal overleven, voor ons.

Wat vertel je je kinderen als mama kanker heeft?

Hoe vertel je je kinderen dat je ziek bent? Zeker als ze dit eigenlijk nog niet helemaal begrijpen. Hoe vertel je ze dat mama stopt met werken en in plaats daar van naar het ziekenhuis gaat. Dat als ze thuis komt, ze zich dan niet zo lekker voelt en het liefst wil slapen. Hoe leg je uit dat dit zeker niet aan hun ligt? Vooral de oudste had het gevoel dat wat er allemaal gebeurde zijn schuld was. Hij kon er lastig mee om gaan en barstte soms uit het niets in huilen uit. Zijn mama was zijn alles op dat moment.

Daar kwam nog bovenop dat ik na de eerste chemo gelijk voor twee weken in het ziekenhuis werd opgenomen met een sepsis. Hier kon hij niet mee om gaan en zijn angst sloeg om in boosheid. Zo lastig vond ik dat. Mijn kleine man, helemaal uit zijn doen en voor mijn gevoel had ik daar voor gezorgd. Op dat moment herinnerde ik mij wat onze kraamzorg ooit tegen mij zei: “Je kind is een spiegeltje van jouw ziel.” En of, ik zag mijn eigen verdriet en boosheid terug bij mijn kind. Heftig kan ik je vertellen.

Soms het zo simpel

Tijdens de lunch op de crèche bedacht onze oudste dat het een goed moment is om er met zijn vriendjes over te praten. Uit het niks zei hij: ‘jongens, mijn moeder is ziek, ze heeft straks geen haar meer en ze is heel moe. Maar het komt wel weer goed hoor.’ En daarmee was het gesprek klaar.

Ik faal als mama

Dat ik de kindjes gemist heb de afgelopen maanden terwijl ze er wel waren, is 1 ding dat zeker is. Voor mijn gevoel faalde ik als moeder, was veel boos, veel in bed en kon er niet voor ze zijn. Ik zorgde voor deze onrust binnen het gezin. Als ik achteraf iets geleerd heb dan is het wel dat ik zeker niet gefaald heb. Ik was aan het vechten voor mijn gezin, om er daarna weer te kunnen zijn. Wat kon ik genieten van de momenten dat terwijl ik ziek in bed lag de kindjes naar boven slopen om lekker bij mij in bed te kruipen. Al was het maar om naast mama in bed een filmpje te kijken of gewoon even lekker te knuffelen.

Gelukkig was daar ook nog super-papa. Hij las boekjes met de kindjes over ziek zijn, speelde doktertje met ze, praatte veel met hen en zorgde dat ze zich veilig voelde. Wat een zware taak moet dat zijn, om er 100% te zijn voor je kinderen die het moeilijk hebben, je werk en ook nog eens te zorgen voor je zieke vrouw. En dan ben je er zelf ook nog natuurlijk. Ik heb veel bewondering voor hem.

Twaalf behandelingen en nog meer narigheid

Twaalf keer voor een kuur naar het ziekenhuis in totaal, meerdere operaties, onderzoeken, een langdurige opname en afspraken met de arts. En dit terwijl het gewone leven van de rest van je gezin gewoon door gaat. Wat was ik vermoeid, op, leeg.  Elke twee weken, als je net een beetje bent opgeknapt, weer terug voor een volgende dosis narigheid. De narigheid werd een ritme, iets om je aan vast te houden zelfs. Het weekend doorkomen met een paar goede pillen tegen de misselijkheid en een slaappil voor de nacht. De kinderen gingen door in hun eigen ritme en ik hobbelde er wat achteraan. Het werd ook voor hun steeds normaler dat mama elke twee weken voor ‘medicijntjes’  naar het ziekenhuis ging.

Alles is familie

Wat hebben wij tijdens deze periode geboft met onze families. Opa’s, oma’s, tantes, iedereen werd opgetrommeld en kwam keer op keer braaf opdraven. Ook op de onverwachte momenten, want die waren er genoeg. Ritjes naar de spoedeisende hulp midden in de nacht en iedere keer weer kwam er iemand om de kindjes op te vangen. Het huishouden, de boodschappen, de opvang van de kindjes. Zonder dat we ook maar ergens om hoefden te vragen kwam er hulp.

Mijn zus had me er al voor gewaarschuwd. In het begin zijn er veel mensen die je kaartjes, bloemen en lieve berichtjes sturen. Op een gegeven moment stopt dit en moet je het zelf oplossen. Gelukkig is er dan altijd je familie en die van ons zijn er altijd voor ons geweest! En nog steeds.

Het nieuwe begin: mama is niet meer ziek

De boodschap dat mama niet meer naar het ziekenhuis hoeft voor medicijntjes, betekent voor de kinderen dat de hele periode voorbij is, gelukkig maar mama is niet meer ziek. Voor mij is dat natuurlijk niet zo maar het is fijn dat de kinderen op deze manier een zekere rust ervaren. Zij snappen niet dat ik nog een lange weg te gaan heb van het op papier beter zijn naar mij ook daadwerkelijk beter voelen. Maar het is een begin.

Kanker maakt je onzeker

Dat de onzekerheid pas komt als je al beter bent, had niemand mij van te voren verteld. Mijn lichaam heeft mij keihard in de steek gelaten. Ik voelde mij voordat de diagnose gesteld werd al een tijdje niet goed. Desondanks kreeg ik keer op keer te horen dat er niks met mij aan de hand was en kreeg ik zelf ook het gevoel dat ik mij aanstelde. Ik wist niet meer wat ik nou moest denken, voelen of zelfs moest zeggen tegen de artsen. Zelfs nu ik beter ben, twijfel ik aan alles wat ik voel. Is dit pijn? Is dat een klier die ik voel? Ik ben nog wel erg moe, misschien is het weer helemaal foute boel?

Aan de kindjes probeer ik deze onzekerheid niet te laten merken. Natuurlijk merken zij dat wanneer ik mij ergens zorgen over maak. Ik reageer kortaf en ben er misschien niet helemaal bij maar deze onzekerheid hoort er bij.  Zo zat ik afgelopen week nog op de SEH omdat ik zelf het gevoel had dat de pijn in mijn arm niet helemaal normaal was. En terecht, er bleek zich trombose in mijn ondernam te hebben ontwikkeld. Dat ik dan niet voor niks naar het ziekenhuis bel, geeft mij ondanks de minder fijne uitslag, wel een goed gevoel.

Je komt weer terug hè mama?

Langzaam komt het vertrouwen in mijn lichaam weer terug. Ik kan nu ook tegen de kindjes zeggen dat ik naar het ziekenhuis ga zonder dat zij zich gelijk al te veel zorgen maken. Wel blijven ze altijd de vraag stellen: “Je komt toch wel weer terug, hè mama?” En daar zien we aan dat het hele traject veel meer indruk op ze heeft gemaakt dan dat we van te voren hadden kunnen bedenken.

Met Yasmin gaat het inmiddels een stuk beter. De behandelingen zijn achter de rug en de controlescan laat geen Hodgkin meer zien. Ondanks dat Yasmin haar baan kwijt raakte door de ziekte, ziet ze de toekomst positief tegemoet. Ze is vol enthousiasme haar bruiloft aan het plannen. Ronald en Yasmin gaan in april 2021 trouwen. Anouk en Yasmin nemen samen deel aan een studie om te bepalen of erfelijke factoren een rol spelen in twee zussen (en een tante) die dezelfde vorm van lymfeklierkanker kregen. Niet meer voor zichzelf, maar wel voor de kinderen en voor andere families.

Lieve zus, ik ben zo trots op je.

Wil je jouw verhaal of ervaring over dit onderwerp delen? Reageer dan onder deze blog of vind ons op de sociale media. We luisteren met liefde naar jouw verhaal. Voor nu wens ik alle mama’s en hun naasten die geraakt zijn door kanker alleen maar liefs en gezondheid. Het leven is mooi en jij bent krachtig. Kanker verandert daar niets aan.

One Comment

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.