vliegreis met kinderen

Jij hebt vast een heel leuk leven

“Jij hebt vast een heel leuk leven”, sneerde zij mij toe. De tranen sprongen in m’n ogen. Ik weet dat ik op dat moment niets anders kan doen dan me wegdraaien en de snottebellen van mijn peuter afvegen, de boarding passen klaar houden en heel diep adem halen om niet compleet over de zeik te gaan. Mijn kinderen zijn erbij, is alles wat ik op dat moment denk.

Van een afstandje

Van een afstandje bekijk ik het tafereel nog eens. Twee vriendinnen, op de weg naar huis. Een gezin: Vader, moeder en twee kleine kinderen. Allemaal op weg naar het vliegtuig. Vriendin A loopt vooruit en roept nog vanuit de rij naar vriendin B dat de tas nog wel open is. De moeder van het gezin kijkt verbaasd naar de hoeveelheid bagage die de twee bij zich hebben. Beide een rolkoffer én allebei een grote tas, formaat xxl.

Er stond toch duidelijk, aan boord geen rolkoffer toegestaan? En maximaal één stuks handbagage die onder de stoel voor u past. Het gezin sluit aan in de rij, gevolgd door vriendin B. De vader vraagt wat ze nodig hebben voor het inchecken en spot een snottebel aan de neus van de peuter. De moeder zet haar rugzak op de grond en zoekt naar een zakdoek. Op dat moment ziet vriendin B blijkbaar haar kans schoon om het gezin, zonder enige communicatie, te doorkruisen en een plek naar voren in de rij, aan te sluiten bij vriendin A.

Moet gewoon kunnen

“Ja joh, tuurlijk” zegt de moeder op een geïrriteerde toon maar niet eens direct gericht aan de twee vriendinnen. Ongetwijfeld met het idee joh, dring naar lekker voor in rij, dat is uiteraard heel normaal. Alleen de irritatie over de situatie klinkt nogal door. Het was immers niet de eerste keer sinds de aankomst op het vliegveld dat het ging zonder pardon in de rij werd gepasseerd. “Het is oké, want zij hoort bij mij”, zegt vriendin A. “Nee, dat is het niet”, zegt de moeder. “We moeten toch allemaal mee in dat vliegtuig en wachten.” “Gelijk zo’n toon ook”. Vriendin A overvalt het weerwoord blijkbaar. “Doe eens even relaxed, joh wijf”, reageert vriendin B gepikeerd. “Wijf ook nog”, zegt de moeder.

Doe eens even relaxed

De twee vriendinnen zien een opening en een negatieve stroom van woorden volgt in de richting van de moeder. “Hou jij je even lekker bezig met je gezin ofzo. Jij hebt vast een heel leuk leven”, sneert vriendin A de moeder toe. “Nou ja zeg, wat een wijf. Zeker zo’n overspannen moeder. Moet je ook niet met je twee kinderen op vakantie gaan.” De moeder zegt niks maar ik zie de tranen in haar ogen staan. De vader probeert de moeder nog enigszins te kalmeren met woorden als “ze zijn het niet waard, zeg maar niks.”

Het laatste woord

Na het scannen van de passen, bij het wachten op de trap naar bus, volgt er nog een laatste opmerking. “Nou, sta je toch nog achter ons (..)” Er volgt meer maar ik hoor het niet meer. Ik luister niet meer. Ik denk alleen maar een fatsoenlijke vriendin had op de ander gewacht en dan stond je nu achter ons in de rij. Ik probeer mijn gezicht, mijn lichaam te ontspannen. Eigenlijk wil ik huilen uitbarsten. Want dit was de druppel.

De vriendinnen hervatten blijkbaar hun voorgaande gesprek met roddel en achterklap over bekenden. Over die ene die toch echt eens moest bedenken wat ze nou wilde en die ander die het verhaal nooit zou geloven. En dat ze als terugkoppeling zou krijgen dat die persoon het vast allemaal niet zo bedoeld had. Positief en steunend klinkt het in ieder geval niet. Oordelend en denigrerend, in mijn oren wel. Als we de trap aflopen kies ik bewust de andere zijde van de bus en ben ik opgelucht als ik zie dat de twee aan de achterzijde van het vliegtuig instappen.

Wat je niet ziet

Wat zij niet weten is dat mijn dag al om 04:00u begon. De zoveelste gebroken nacht met tranen, snot en hoesten. Met een baby die ontroostbaar was. Zij weten niet hoe ik heen en weer liep over het balkon met een baby in mijn armen. En wat er daarna nog meer volgde. Onzekerheid, spanning, tijdsdruk. Komt dit wel goed met die twee zieke kleintjes in het vliegtuig? Geen tijd voor ontbijt. Want er waren zorgen voor en om de baby. Auto, transfer, lopen, sjouwen met koffers, wachten in de rij voor de check (waar het dus ook heel normaal leek om even aan te sluiten met je 4 koffers bij iemand die al in de rij stond)

De drukte bij de controle. De ipad waarvan ik vergat te zeggen dat manlief die uit zijn tas moest halen. Waardoor hij opnieuw in de rij door de controle moest (waar hij overigens netjes vroeg of hij mocht gaan) en ik met twee kleine kinderen, een draagzak zonder baby erin, een buggy én 2 rugzakken alleen stond. De wachtrij bij de kiosk voor flesjes water waar ik, toen ik eindelijk aan de beurt was, ongeduldig naar de kassa liep waar twee dames net geholpen waren. Maar ik werd niet geholpen want de medewerker besloot dat hij rustig even de broodjes ging aanvullen. En hoe vervolgens de mevrouw achter mij in de rij zich bij de andere opwierp als eerstvolgende bij de andere kassa, in plaats van te zeggen jij was eerst.

Hebben ze gelijk?

Was ik op dat moment een overspannen moeder? Wellicht wel. Heb ik een verschrikkelijk leven en gun ik anderen niks? Zelfs geen plekje naast hun vriendin die te beroerd was even te wachten op de achterblijver? Ongetwijfeld niet.

En ja, dus reageerde ik, de moeder in kwestie, vanuit emotie. Het was gewoon even genoeg. Want ik kan een hele lijst als – dan maken waarin dit allemaal niet was gebeurd. Uiteindelijk was het volkomen onnodig. Het ging ook niet om die plek in rij maar om het principe van beleefdheid, communicatie, normen en waarden. Dan had ik net zo goed “Ja, natuurlijk” gezegd alleen op andere toon. Dat vliegtuig gaat immers niet zonder ons weg.

Als emoties de overhand nemen

Moet ik excuses maken? Iets als sorry, ik reageerde vanuit emotie. Als het vliegtuig in de lucht is en de baby in slaapt valt zonder een kick te geven, vraag ik me af waarom het blijft plakken. Ik heb niet goed gereageerd, dat geef ik toe. Maar ik was het niet die zomaar even besloot dat ik wel een plek mocht opschuiven in de rij. Woorden als wij reizen samen, is het oké, gaan jullie maar eerst, zijn nooit uitgesproken. Gewoon even vragen, mededelen, bepraten. Wat mij raakt is dat als ik normen en waarden ter discussie leg, dat ik nog net niet voor rotte vis wordt uitgemaakt.

Je ziet die mensen toch nooit meer…

Wanneer we, na aankomst, beginnen met uitstappen vraag ik aan de mensen op rij 3 of het oké is als wij vast lopen. We hebben alle bagage al bij de hand en door een onhandige beweging van mij huilt de baby. De moeder op de stoel naast het raam beantwoord met een instemmende glimlach en we lopen het vliegtuig uit. Ik denk aan de eerste vlucht met Oscar in 2019. En aan de woorden van mijn zusje toen ik in de aankomsthal met tranen in mijn ogen naar buiten kwam: Je ziet die mensen nooit meer.

Bij de bagageband kom ik de vader van het gezin nog een keer tegen. Ik maak excuses voor mijn onhandigheid waarbij ik tot twee keer toe zijn hoofd en stoel raakte bij het opstaan (probeer maar eens met een baby in de draagzak uit een vliegtuigstoel op te staan). En het feit dat we eerder het toestel uitliepen. “Ah joh”, zegt hij. “Kan gebeuren toch.” Het meisje van het gezin op rij 3 zwaait nog eens enthousiast naar ons als we de kar met bagage door de schuifdeur duwen. Fijne reis naar huis, moppie zeg ik glimlachend naar haar. Ze giechelt nog een keer. Wat een fijne vakantie was het toch. Wat een fijn leven.

Liefs, Anouk

Met de volgende tags: