Mama mag wennen aan de speelschool

Ach, zegt mijn moeder. Jij was wellicht nog wel een gradatie “erger”. De eerste keer dat ik jou naar de peuterspeelzaal bracht zei jij, nadat we twee stappen over de drempel hadden gezet, doei mama. Twee jaar en twee maanden was je toen. En het was ook echt op een toon van waag het eens om verder naar binnen te lopen. Ik red me wel.

Dag liefje, tot straks

Ik haal nog keer diep adem als ik het gebouw weer verlaat. Er zijn welgeteld vier minuten verstreken. Vier hele minuten waarin ik mijzelf aan de leidster voorstelde. Zij mij nog even gerust stelde. Ik nog een verwoede poging deed om tot straks te zeggen en de peuter uit te leggen dat ik hem echt weer kom ophalen. En ik een beetje plompverloren naar buiten liep. Ik voelde mij ineens compleet overbodig als moeder. Daar ging ik dan. Na 2 jaar en 9 maanden (+ nog 9 maanden extra) liet ik mijn kind achter op een plek waar hij niemand kent. In goed vertrouwen.

Trots, emotioneel en van alles wat

Ik weet eigenlijk niet zo goed of ik nou moet huilen of niet. Want ergens overheerst ook de trots. Trots op de kleine peuter, die genoeg zelfvertrouwen heeft om zomaar die vreemde ruimte in te lopen. Én er op vertrouwd dat als mama uit beeld verdwijnt, ik dus ook weer terug kom.

Eenmaal thuis voel ik me een beetje onthand. De baby slaapt en ik wil me ook niet ergens volledig in storten. De optie vakantiefoto’s uitzoeken of fotoboek maken vallen ook af. Garantie voor een tranendal. En stel dat ik toch gebeld wordt, dat hij volledig overstuur is. Of dat ik de tijd vergeet. Kopje koffie dan maar. Ik schuif aan tafel en luister mee met de vergadering van mijn man. Staat mijn telefoon wel op geluid aan? Ik controleer het nog een keer.

Dit was het plan

Het duurt zeker een uur voordat ik een beetje ontspan. Ik weet niet of ik hier aan kan wennen hoor?! En dat terwijl dit het moment is, wat ik al die tijd als kantelpunt heb aangewezen. Als hij bijna 3 is, dan gaat hij naar de speelschool. Dat was ons plan. En dan zou ik weer meer tijd hebben om mijn onderneming nieuwe leven in te blazen. Niet wetende dat er in de tussentijd zich nog een klein kereltje zou aandienen die ons koos als zijn papa en mama. Dus ergens begint het hele verhaal nu weer opnieuw. Genoeg om over na te denken. Al weet ik zeker dat ook hij voorlopig niet naar opvang gaat. Ik kijk nog maar een keer op mijn telefoon. Moet ik anders zelf bellen om te vragen of alles goed gaat?

Mama, mama, kijk

Als ik om 11:00u richting de speelschool fiets vraag ik mij af of het voor mij ook zou werken. Zou het werken om te gaan werken? Ik hoor moeders om mij heen zeggen dat zij het heerlijk vinden. Even wat anders dan moederen. Dat zou betekenen dat de baby ook naar de opvang zou gaan. Van dat plan word ik nog niet enthousiast. Ik heb ook geen tijd om verder te mijmeren. Doortrappen, want op dag 1 is de moeder van Oscar al te laat voor het ophalen. Streepje achter mijn naam.

Op het buitenterrein zie ik de kindjes al zitten op de vrolijk gekleurde stoeltjes. Oscar ziet niet dat ik voorbij fiets, maar als ik bij het hek sta komt hij enthousiast aangerend. Mama, mama, kijk. Dat is een glijbaan. Kijk zo, woei. En hij rent naar de glijbaan om te laten zien hoe hij eraf gaat. Hij straalt en lacht. Naar huis gaan? Daar heeft hij nog weinig zijn in. Snap ik wel. We gaan toch. Met een bakfiets vol kindjes en een glimlach op mijn gezicht fiets ik naar huis. Mama begint al langzaam te wennen.

Liefs, Anouk

Met de volgende tags: